Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook

Stedelijke voedselresten – het nieuwe oude goud voor de diervoederindustrie

Tot pak ‘m beet 1986 waren overal in Nederland schillenboeren actief. In vroegere jaren kwamen zij bij het ochtendgloren met paard en wagen door de straten om schillen en voedselresten op te halen. Je kon de schillenboer van ver aan horen komen door de ratel die hij bij zich had. Hoorden de mensen de ratel, dan kwamen ze met hun emmers vol schillen naar buiten. Het doel van de schillenboer was simpel en duidelijk: het tegengaan van voedselverspilling. Boeren kochten de schillen en voedselresten om aan hun koeien, varkens en kippen te voeren. 

In 2021 is dat in Nederland allang verleden tijd. Na het uitbreken van bijvoorbeeld varkenspest en BSE – de gekke koeienziekte – werd het bij ons verboden om opgehaalde schillen aan dieren te voeren. 

Reststromen uit de voedselketen worden momenteel voor 60% laagwaardig vernietigd in verbrandingsovens. In 2018 verspilde de gemiddelde Nederlander tussen de 96-149 kilo voedsel. Dat zijn echt veel etensresten die nu de prullenbak ingaan. Voedselresten met hoge potentie, lees voedingswaarde, bijvoorbeeld om… aan dieren te voeren.

De Clique en Kees van de Vecht Apparatenbouw (KVA) slaan de handen ineen om voedselresten weer veilig te kunnen opwaarderen tot veevoer.

Teveel land voor veevoer  

Het verbouwen van veevoer trekt een enorme wissel op onze wereld. Vorige week hebben de EU en wereldvoedselorganisatie een belangrijk onderzoek gepubliceerd naar het aandeel van het voedselsysteem in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat blijkt een derde. Ruim twee derde daarvan is gerelateerd aan veranderd landgebruik zoals het kappen en verbranden van (tropisch) bos voor landbouwgrond. 

Op 40% van alle akkerland in de wereld wordt veevoer verbouwd, voornamelijk maïs en soja. Dat is heel veel land. Het verbouwen van veevoer kost veel water en energie en put gezonde bodem van de aarde op grote schaal uit. Kostbare grond waar ook natuur met rijke biodiversiteit zou kunnen zijn.  

 

Er is een nieuwe kringloop binnen de voedselketen nodig om onze aarde leefbaar te houden. Door slim om te gaan met voedselresten uit onze steden kan veel land waar nu veevoer op wordt verbouwd vrijkomen en worden hersteld.

Ons plan    

Ons doel is om primaire grondstoffen in veevoer te vermijden en te vervangen door secundaire grondstoffen: bio- en etensresten met een even hoge voedingswaarde. Daardoor kan bijna twee derde van het nu nog voor veevoer gebruikte land vrijkomen en kan veel water en energie worden bespaard. Deze transitie halveert de CO2 uitstoot van veevoer. Ook kan lekkage van grote hoeveelheden stikstof, nitraten en gif in de bodem worden voorkomen doordat minder kunstmest en pesticiden nodig zijn.

Ons plan is als volgt: De Clique en KVA willen een schaalbaar, circulair inzamelings- en productieproces ontwikkelen om veilig veevoer te produceren met stedelijke voedselresten. Aan de basis van het ontwerp staat een geautomatiseerd registratieproces (track&trace) en distributiesysteem voor voedselresten uit professionele keukens dat door De Clique wordt ontwikkeld. KVA bouwt de machine om de verse, schone voedselresten te kunnen verwerken tot veevoer.

Time to (re)make history!  

Met de bio- en etensresten die in Nederland vrijkomen zouden alle varkens in Nederland kunnen worden gevoed. 

Landen als Zuid- Korea, Japan en Taiwan hebben allang laten zien dat voedselresten met de juiste behandeling geschikt en veilig zijn voor diervoeding. Ook als daar dierlijke voedselresten als vlees inzitten – behalve voor koeien, schapen en geiten want dat zijn natuurlijke vegetariërs. In Japan wordt 35% van alle groente-, fruit en voedselresten gebruikt als veevoer. 

Het opwaarderen van voedselresten tot diervoeding sluit aan bij de ambities van de Nederlandse Topsector Agri & Food om in 2050 een land met kringlooplandbouw te zijn. Onze samenwerking met KVA is een prachtige kans om daaraan bij te dragen en zo onze missie van zero waste steden en hergebruik van organische stromen te realiseren.  

Wel moeten daarvoor nog verschillende wettelijke barrières worden weggenomen. In Nederland en Europa staat dit sinds kort serieus op de agenda. Nu is het nog verboden om voedselresten uit stedelijke gebieden voor diervoeder te gebruiken, omdat ze niet zuiver genoeg zijn en niet goed worden voorbewerkt. Ons innovatieve systeem biedt daar een oplossing voor. Door scheiding van de groente-, fruit en voedselresten in de juiste bak (bij de bron), goede registratie, schone distributie & de juiste verwerking kunnen de voedselresten alsnog veilig worden gebruikt om varkens, kippen, vis en insecten te voeren. 

Conclusie   

Met deze oplossing dragen we niet alleen bij aan schonere steden, minder afval en voedselverspilling, maar zorgen we ook dat de druk op het verbouwen van primaire grondstoffen als maïs en soja van de ketel kan. Winst daarvan is dat gebruik van natuurlijke bronnen en water voor de voedingsindustrie drastisch kunnen worden verminderd. Zo kan meer land worden gebruikt voor natuur met gezonde biodiversiteit. Met veel minder uitstoot van broeikasgassen en vervuiling van bodem en grondwater met stikstof, nitraten en gif. Een leefbare aarde met toekomst voor mens en dier!

Deze samenwerking wordt mede mogelijk gemaakt door een aanvullende financiële bijdrage van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voor meer informatie over de inhoud van deze blog, kun je terecht op onderstaande links: 

 

Deze blog is mede geschreven door Renate Kerbusch.